Dr. med. Ryke Geerd Hamer

Germaanse Geneeskunde is niet alleen een nieuwe zienswijze binnen de geneeskunde, het staat voor een nieuw bewustzijn. Het is het besef dat ieder organisme over een onuitputtelijke creativiteit en buitengewone, zelfherstellende vermogens beschikt. Het is de erkenning dat iedere cel in ons lichaam is toegerust met een biologische wijsheid die wij delen met alle levende wezens.

 

DE HERSENEN ALS DE PLEK WAAR ZIEKTES ONTSTAAN


Dr. Hamer stelde vast dat ‘elke ziekte wordt veroorzaakt door een conflictshock die iemand volledig op het verkeerde been heeft gezet’. (De eerste Biologische Wet). Ter nagedachtenis aan zijn zoon noemde Dr. Hamer deze onverwachte stressvolle gebeurtenis het Dirk Hamer Syndroom of DHS. Uit psychologisch oogpunt is een DHS een heel persoonlijke gebeurtenis die wordt bepaald door onze ervaringen in het verleden, onze kwetsbaarheden, onze persoonlijke waarnemingen, onze waarden en onze overtuigingen. Toch is een DHS niet alleen een psychologisch, maar eerder een biologisch conflict dat moet worden begrepen in de context van onze evolutie.

Dieren beleven deze biologische conflictschokken op een letterlijke manier. Zij lijden bijvoorbeeld een conflict door een plotseling verlies van het nest of territorium, het verlies van een jong, de scheiding van een partner of van de kudde, de onverwachte dreiging te verhongeren of een doodsangst. Omdat in de loop van de tijd de menselijke geest een figuurlijke manier van denken heeft ontwikkeld, kunnen wij deze biologische conflicten ook in overdrachtelijke zin ervaren. Een man kan bijvoorbeeld een ‘territorium-verlies-conflict’ lijden als hij onverwachts zijn huis of zijn werkplek verliest. Een vrouwelijk ‘nestconflict’ kan de bezorgdheid zijn over het welzijn van een van de leden van het ‘nest’, een ‘verlatingsconflict’ kan worden getriggerd door een onverwachte scheiding of een plotselinge ziekenhuisopname. Kinderen kunnen een ‘scheidingsconflict’ lijden als mama besluit weer te gaan werken of als de ouders uit elkaar gaan.

 

Door het analyseren van duizenden CT-scans van de hersenen van zijn patiënten in relatie tot hun geschiedenis, ontdekte dr. Hamer dat op het moment dat het DHS plaats vindt, de biologische conflictschok inslaat in een specifiek en vooraf bepaald gebied in de hersenen. Dit veroorzaakt een ‘laesie’ die op de CT-scan te zien is als een set scherpe concentrische ringen. (In 1989 verklaarde Siemens, de Duitse fabrikant van CT-scanners, dat deze ringvormige formaties geen artefacten van de apparatuur zijn.) Na de inslag van het conflict communiceren de betroffen hersengedeelten de shock naar het bijbehorende orgaan. Deze reageert op zijn beurt met een bepaalde – voorspelbare! – verandering. De reden dat specifieke conflicten onlosmakelijk verbonden zijn met specifieke hersengebieden, is dat gedurende onze historische evolutie elk deel van de hersenen werd geprogrammeerd om onmiddellijk te reageren op conflicten die onze overleving in gevaar zouden kunnen brengen. De ‘oude hersenen’ (de hersenstam en de kleine hersenen) zijn geprogrammeerd met basale overlevingszaken die gerelateerd zijn aan ademhaling, eten, voortplanting en bescherming, terwijl de ‘nieuwe hersenen’ (grote hersenen) gecodeerd zijn met meer geavanceerde thema’s zoals territoriumconflicten, scheidingsconflicten, identiteitsconflicten en eigenwaardeconflicten.

 

Het medische onderzoek van Dr. Hamer is nauw verbonden met de wetenschap van de embryologie, omdat de manier waarop een orgaan op een conflict reageert, met tumorgroei, weefselafname of door een functieverstoring, bepaald wordt door de embryonale kiemlaag van waaruit dat orgaan afkomstig is (Derde Biologische Wet).

 

 

Het ‘Ontogenetische Systeem van Tumoren’ binnen de GNM laat zien dat de organen die door de ‘oude hersenen’ worden gereguleerd – en die voortkomen uit het endoderm of het ‘oude hersenen’-mesoderm, zoals longen, lever, dikke darm, prostaat, baarmoeder, lederhuid, borstvlies, hartvlies, buikvlies, borstklieren – altijd cellen aanmaken zodra het bijbehorende biologische conflict optreedt. Tumoren in deze organen ontwikkelen zich uitsluitend gedurende de conflictactieve fase (die in gang is gezet door het DHS).

 

 

 

Nemen we longkanker als voorbeeld. Het biologische conflict dat gerelateerd is aan longkanker is een ‘doodsangstconflict’, omdat biologisch gezien de doodsangst en paniek gelijk staat aan het niet kunnen ademen. Vanaf de doodsangst-biologische-conflictschok beginnen de cellen van de longblaasjes, die de ademhaling reguleren, zich onmiddellijk te vermeerderen en vormen daarmee een longtumor. In tegenstelling tot de conventionele opvattingen is deze vermeerdering van longcellen geen zinloos proces maar dient het een heel specifiek biologisch doel, namelijk het vergroten van de capaciteit van de longen, waardoor de kansen van het individu om te overleven worden geoptimaliseerd. Dr. Hamers analyses van de hersenscans laten zien dat iedereen met longkanker deze uitgesproken ringvormige patronen in het bijbehorende gebied in de hersenstam laat zien en dat iedere patiënt een onverwachte doodsangst of paniek heeft geleden, voorafgaand aan het ontstaan van de kanker. In de meeste gevallen werd de doodsangst geleden door de schok van een kankerdiagnose, die door de patiënt werd beleefd als een ‘doodsvonnis’. Gezien het feit dat steeds minder mensen roken kun je je afvragen waarom het aantal longkankerpatiënten desondanks toeneemt (de ‘meest dodelijke vorm van kanker’!). En kun je je bovendien afvragen of roken daadwerkelijk wel longkanker veroorzaakt.

Borstklierkanker is volgens de ontdekkingen van Dr. Hamer het gevolg van een “nest-zorgconflict” over ‘moeder-kind’ of over een ‘partner’. Dit type conflict gaat altijd naar de ‘oude hersenen’ in het gebied dat de melkklieren aanstuurt. Een vrouw kan een moeder-kind nest-zorgconflict lijden als haar kind plotseling gewond raakt of ernstig ziek is. Gedurende de conflictactieve fase vermenigvuldigen de cellen van de melkklier zich voortdurend en vormen zo een tumor. Het biologische doel van deze celvermeerdering is om meer melk voor het noodlijdende kind te kunnen produceren en zo de genezing te bevorderen.

Elke vrouw en elk vrouwelijk zoogdier wordt geboren met dit eeuwenoude biologische programma. De vele casestudies van Dr. Hamer laten zien dat vrouwen, ook als zij geen borstvoeding geven, een tumor ontwikkelen in de melkklieren van de borst als zij zich obsessief zorgen maken over het welzijn van een geliefde, een kind dat in nood is, een partner die ziek is of een dierbare vriend die reden geeft tot bezorgdheid.

Wat over longkanker en borstkanker is gezegd, is ook van toepassing op alle andere soorten kanker die hun oorsprong vinden in de ‘oude hersenen’. Elk van hen treedt door een specifieke conflictschok in werking en zet zo een ‘Zinvol Biologisch Speciaalprogramma’ in werking. (De vijfde Biologische Wet). Dit speciaalprogramma stelt het organisme in staat om het dagelijkse functioneren opzij te zetten en de lichamelijke noodsituatie het hoofd te bieden. Voor elk type conflict is er een hersengebied dat het specifieke biologische programma coördineert.

Terwijl de organen die worden aangestuurd door de ‘oude hersenen’ in de conflictactieve fase tumorgroei laten zien, gebeurt het tegenovergestelde in alle organen die door de ‘nieuwe hersenen’, het hersenmerg en de hersenschors, worden aangestuurd. Met betrekking tot de embryologische kiemlagen stammen alle organen en weefsels die door de hersenschors worden aangestuurd af van het ectoderm of van het ‘nieuwe hersenen’-mesoderm. Dit zijn de ovaria, testes, botten, lymfeklieren, opperhuid en het epitheel van de baarmoederhals, bronchiën, coronaire aderen en de melkgangen. Op het moment dat het conflict plaats vindt, zal het bijbehorende orgaanweefsel reageren met celafname. Dat geeft bijvoorbeeld necrose van de ovaria of testes, osteoporose, botkanker of maagzweren. Deze aandoeningen treden alleen op als iemand nog in een staat van emotionele ontreddering is die gerelateerd is aan zijn conflict. Zoals te verwachten heeft ook de afname van weefsel een biologische zin.

Laten we als voorbeeld kijken naar het weefsel dat de melkgangen bekleedt. Het plaveiselepitheel van de melkgangen ontwikkelde zich veel later dan het weefsel van de melkklieren. Dit jongere weefsel wordt gecoördineerd vanuit een jonger deel van de hersenen, namelijk de hersenschors. Het biologische conflict van het plaveiselepitheel van de melkgangen is een ‘scheidingsconflict’, dat wordt ervaren alsof ‘mijn kind (of partner) van mijn borst werd weggerukt’. Een vrouwelijk zoogdier lijdt een dergelijk conflict als ze haar jong of partner kwijt is geraakt of als deze gedood werd. De natuurlijke reflex op dit conflict zal het weefsel van de binnenkant van de melkgangen doen ulcereren. Het doel van deze weefselafname is het vergroten van de diameter van de melkgangen, want met wijdere melkgangen kan de melk, die nu immers niet meer nodig is, gemakkelijker wegvloeien en zo ontstaat in de borst geen congestie. De hersenen van iedere vrouw zijn geprogrammeerd met deze biologische reactie. Omdat de borst van de vrouw in biologisch opzicht synoniem is aan verzorging en voeding, lijden vrouwen een dergelijk conflict als ze onverwachts gescheiden worden van een geliefde waar ze intensief voor zorgen. Er zijn bijna geen lichamelijke symptomen gedurende de conflictactieve fase, behalve af en toe een licht trekkerig gevoel in de borst.


HET PATROON VAN TWEE FASEN BIJ IEDERE ZIEKTE

 

Dr. Hamer heeft ook ontdekt dat elke ziekte verloopt in twee fasen, mits het conflict wordt opgelost (De tweede Biologische Wet). Gedurende de eerste fase, de conflictactieve fase, is het hele organisme ingesteld op het omgaan met het biologische conflict. Terwijl op lichamelijk niveau een zinvolle celverandering aan de gang is, proberen de psyche en het vegetatieve zenuwstelsel ook om te gaan met de onverwachte situatie. Overgeschakeld naar een staat van stress (sympathicotonie) wordt het denken volledig in beslag genomen door de inhoud van het conflict. Typische symptomen van deze fase zijn slaapstoornissen en een verminderde eetlust. Vanuit de biologie bezien is dit van vitaal belang, aangezien de focus nu op het conflict ligt en de extra uren die men wakker is de juiste condities scheppen om met het conflict om te gaan door een oplossing te vinden. De conflictactieve fase wordt ook wel de ‘koude fase’ genoemd. Omdat tijdens stress de bloedvaten vernauwd zijn vindt men tijdens conflictactiviteit typisch de koude extremiteiten, vooral koude handen, rillingen en koud zweet. De intensiteit van de symptomen hangt nauw samen met de omvang van het conflict.

Als iemand langdurig in een conflictactieve fase verblijft kan dat fataal zijn. Maar Dr. Hamer heeft zonder enige twijfel bewezen dat een organisme nooit aan kanker zelf kan sterven. Iemand kan sterven door de mechanische complicaties van een tumor, bijvoorbeeld als die een vitaal orgaan zoals de dikke darm of de galwegen afsluit, maar op geen enkele manier kunnen kankercellen op zich de dood veroorzaken. In de German New Medicine is het onderscheid tussen ‘maligne’ en ‘benigne’, goedaardige en kwaadaardige kanker, volkomen nietszeggend en zinloos. De term ‘kwaadaardig’ is een kunstmatig bedenksel (hetzelfde geldt voor tumormarkers), wat aangeeft dat de actieve celdeling boven een bepaalde arbitraire waarde uit komt.

Als iemand sterft gedurende de conflictactieve fase dan is dat meestal door energieverlies, gewichtsverlies, slaaptekort en emotionele en mentale uitputting. Vaak is het de verwoestende kankerdiagnose of de negatieve prognose zelf – ‘je hebt nog zes maanden te leven’ – die de kankerpatiënt, samen met zijn dierbaren, in een staat van diepe wanhoop stort. Met weinig of geen hoop en beroofd van levenskracht teert men weg en men sterft uiteindelijk door uitputting, een hartverscheurend en pijnlijk proces dat door de conventionele kankerbehandelingen alleen maar wordt versneld.

Als de patiënt geen conventionele behandeling (vooral chemotherapie of bestraling) heeft ondergaan dan heeft hij met de GNM een kans op genezing van 95 tot 98%. Ironisch genoeg werden deze statistieken van Dr. Hamers opmerkelijke successen geleverd door de autoriteiten zelf. Toen Dr. Hamer in 1997 werd gearresteerd omdat hij drie mensen telefonisch medisch advies zou hebben gegeven, inmiddels dus zonder medische bevoegdheid omdat die van hem was afgenomen, nam de politie al zijn patiëntendossiers in beslag en werden deze grondig geanalyseerd. Om die reden was een van de publieke aanklagers tijdens het laatste proces tegen Dr. Hamer gedwongen om toe te geven dat na vijf jaar 6000 van de 6500 patiënten, met meestal ‘terminale kanker’, nog in leven waren. Binnen de conventionele geneeskunde zouden deze cijfers omgekeerd zijn geweest. De epidemioloog en bio-statisticus Dr. Ulrich Abel (Duitsland) stelt:

‘De slagingskans van chemotherapie is ontstellend. Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs dat chemotherapie het leven van patiënten die lijden aan de meest voorkomende vormen van orgaantumoren op een aanvaardbare wijze zou kunnen verlengen. Chemotherapie bij maligniteiten die te ver gevorderd zijn om te kunnen opereren, wat in 80 % van de gevallen van kanker het geval is, is een wetenschappelijk onontgonnen gebied.’  (Lancet 1991)

 

HET LICHAAM GENEEST ZICHZELF

De oplossing van het conflict luidt het begin van de tweede fase van het Zinvolle Biologische Speciaalprogramma in. Onze emoties en ons organisme schakelen onmiddellijk over op “de genezende stand”, vergezeld door ons zenuwstelsel, dat tegelijkertijd overschakelt op ‘vagotonie’. Tijdens de genezingsfase komt de eetlust terug, maar we zijn ook erg moe (misschien zijn we niet eens in staat ons bed uit te komen). Rusten en het lichaam voldoende voedingsstoffen toedienen zijn essentieel gedurende de fase waarin het lichaam probeert te genezen. De tweede fase wordt ook wel de ‘warme’ fase genoemd, omdat tijdens de vagotonie de bloedvaten meer open staan, wat warme handen, warme voeten en een warme huid veroorzaakt.

Met de oplossing van het conflict treedt er ook onmiddellijk een verandering op orgaanniveau op. Celvermeerdering (groei van de tumor in door de ‘oude hersenen’ aangestuurde weefsels) of celvermindering (weefselverlies in door de ‘nieuwe hersenen’ aangestuurde weefsels) stopt ogenblikkelijk en het bijbehorende herstelproces wordt in gang gezet. Een gebied dat genecrotiseerd of ge-ulcereerd is tijdens de conflictactieve fase wordt nu weer aangevuld en hersteld door nieuwe cellen. Dit gaat meestal gepaard met een mogelijk pijnlijke zwelling omdat oedeemvorming het weefsel beschermt tijdens de genezingsfase. Andere typische genezingssymptomen zijn overgevoeligheid, jeuk, spasmen (als het om spierweefsel gaat) en ontstekingen. Voorbeelden van ‘ziektes’ die alleen in de genezende fase optreden zijn: bepaalde soorten huidaandoeningen, aambeien, laryngitis, artritis, atherosclerose, blaas- of nier aandoeningen, bepaalde leverziektes en infecties (zie hieronder).

De conventionele geneeskunde interpreteert de natuurlijke celproductie van genezend weefsel als kwaadaardig, want men ziet celvermeerdering (mitose) en gaat daarbij uit van het standaard onderscheid tussen ‘goedaardige’ en ‘kwaadaardige’ tumoren. In de GNM onderscheiden we ook twee type tumoren. De tumoren zijn echter niet verdeeld in ‘goede’ en ‘slechte’; ze worden geclassificeerd naar het type weefsel van waaruit ze zijn ontstaan en het deel van de hersenen van waaruit ze worden aangestuurd. Zo zijn er tumoren die zich uitsluitend tijdens de conflictactieve fase ontwikkelen (longtumor, dikke darmtumor, levertumor, baarmoedertumor, prostaattumor, etc.) en omgekeerd tumoren die onderdeel uitmaken van het natuurlijke reparatieproces. Net als bij de tumoren die worden aangestuurd vanuit de ‘oude hersenen’ is de tumorgroei hier ook niet toevallig of zinloos. De celaanwas stopt zodra het weefsel is gerepareerd. Testiscarcinoom, ovariumcarcinoom, lymfklierkanker, non-Hodgkin, verschillende soorten sarcomen, bronchiaalcarcinoom, larynxcarcinoom en cervixcarcinoom zijn allemaal van een genezende aard en komen uitsluitend voor in de genezende fase. Als het genezingsproces niet wordt onderbroken door medicijnen of een recidief (herhaling) van het conflict,  dan worden deze tumoren uiteindelijk allemaal aan het einde van de genezende fase uitgevlakt.

Het tweede type borstkanker, het ductaal carcinoom in situ (DCIS) valt ook in deze categorie. Terwijl de melkklierkanker een teken is dat de vrouw zich in de actieve fase van een zorgconflict bevindt, is de intraductale borstkanker zelfs een goed teken, namelijk omdat het bijbehorende scheidingsconflict (‘van mijn borst weggerukt’) is opgelost. Een vrouw ontwikkelt niet zomaar zonder reden borstkanker. En ze ontwikkelt ook niet toevallig borstkanker in haar rechter of juist in haar linker borst.